Hoge dampdruk gaat naar lage dampdruk

Een hoger dampdruk gaat altijd naar plaatsen waar de dampdruk lager is. Als je een ballon opblaast en laat deze ongeknoopt los, dan vliegt hij door de kamer. Dit is ongeveer hetzelfde.

Bijna altijd is de dampdruk in een woning, gebouw of appartement hoger dan buiten waardoor er steeds een vochtverplaatsing van binnen naar buiten is. Bijna altijd dan toch. Bij een warme zwoele zomerdag kan het voorkomen dat de dampdruk buiten veel hoger is dan binnen. Bij +21°C bij 80% rH is er buiten een dampdruk van 3800 Pa. Dan wordt de hogere dampdruk die buiten heerst naar binnen gedrukt en wordt opgenomen. Dit is evenwel slechts enkele dagen per jaar. En bij dergelijk warm weer de ramen en deuren meestal open.

In een woning is er gemiddeld een temperatuur van +21°C bij een relatieve luchtvochtigheid van ongeveer 50%. Dan is er een dampdruk van 1244 Pa. Als het ’s nachts afkoelt naar 0°C bij mistig weer met 98% rH, is er buiten maar een dampdruk van 600 Pa. Dat is minder dan de helft van een normale dampdruk binnen.

Aangezien alles in evenwicht wil blijven, zal de hogere dampdruk die binnen heerst door de muren gedrukt worden naar plaatsen met een veel lagere dampdruk, naar buiten dus.

Het probleem is niet dat de dampdruk en het opgenomen vocht door de muren naar buiten gaat, maar dat het in de breedte van de muren over het dauwpunt geraakt en het vocht condenseert. Hierdoor ontstaat vochtschade en mogelijk vorstschade op termijn. Ook als de gebruikte bouwmaterialen er tegen bestand zijn om vocht op te nemen en terug af te geven, dan nog kost dit bouwfysisch zeer veel energie. Hoe kan je dan morgen energieneutraal wonen als het opnemen en afgeven van vocht je 30% op de verwarming kost?